← Alle artikels
Verfijnde gerechten, zorgvuldig opgemaakt

QR-menu en allergenen: wat de wetgeving zegt

Verordening (EU) nr. 1169/2011 verplicht de vermelding van 14 allergenen. Wat dat betekent voor een restaurant: niet-voorverpakte levensmiddelen, schriftelijk of mondeling, en de Belgische, Franse en Nederlandse regels.

Team qartine7 min lezenBijgewerkt op

Verordening (EU) nr. 1169/2011 maakt de vermelding van 14 allergenen verplicht, ook voor gerechten die niet-voorverpakt in een restaurant worden geserveerd (art. 44, lid 1, a). Elke lidstaat bepaalt de vorm: in België en Nederland mag de informatie onder strikte voorwaarden mondeling worden gegeven; in Frankrijk moet ze schriftelijk zijn.

In de hele Europese Unie verplicht verordening (EU) nr. 1169/2011 om elke stof of technische hulpstof te vermelden die in bijlage II staat — veertien stoffen in totaal — of die afgeleid is van een daarin vermelde stof of product, zodra ze gebruikt is bij de bereiding van een gerecht en nog aanwezig is in het eindproduct, zelfs in gewijzigde vorm (art. 9, lid 1, c). Voor een restaurant gaat het om gerechten die niet-voorverpakt worden geserveerd: een geval dat de verordening apart behandelt en waarvan elke lidstaat zelf de modaliteiten kan bepalen. Deze pagina behandelt precies dat geval, met de wetteksten erbij.

De veertien allergenen van bijlage II

Bijlage II somt ze op in onderstaande volgorde; de tabel geeft de gangbare benaming in het Frans, het Nederlands en het Engels. Je vermelding moet verwijzen naar de naam van de stof zoals hij in bijlage II staat: in België eist het koninklijk besluit van 17 juli 2014 dat ze minstens een duidelijke verwijzing naar die naam bevat (art. 3, § 2).

De veertien allergenen van bijlage II, in het Frans, Nederlands en Engels
FransNederlandsEngels
GlutenGlutenGluten
CrustacésSchaaldierenCrustaceans
ŒufsEierenEggs
PoissonVisFish
ArachidesPinda'sPeanuts
SojaSojaSoy
LaitMelkMilk
Fruits à coqueNotenNuts
CéleriSelderijCelery
MoutardeMosterdMustard
SésameSesamSesame
SulfitesSulfietenSulphites
LupinLupineLupin
MollusquesWeekdierenMolluscs

Drie preciseringen uit de tekst zelf die de meeste samenvattingen weglaten. Het eerste punt gaat niet over 'gluten' maar over glutenbevattende granen: tarwe (zoals spelt en khorasantarwe), rogge, gerst, haver of de hybride soorten daarvan — spelt en khorasantarwe zijn daarin voorbeelden van tarwe en geen aparte vermeldingen, sinds gedelegeerde verordening (EU) nr. 78/2014 dat punt herschreef en de term 'kamut', een gedeponeerd merk, schrapte. Noten zijn een gesloten lijst van acht soorten — amandelen, hazelnoten, walnoten, cashewnoten, pecannoten, paranoten, pistachenoten, macadamianoten — en de pinda hoort daar niet bij: dat is een apart allergeen, punt 5. En sulfieten moeten pas vermeld worden boven 10 mg/kg of 10 mg/l uitgedrukt in totaal SO2.

Het gastenmenu met allergenenfilter — 'Glutenvrij' actief, beperkt de getoonde gerechten
Gasten filteren het menu op allergeen of dieet

Het geval dat jou aanbelangt: niet-voorverpakte levensmiddelen

Een gerecht dat in de zaal wordt geserveerd is geen voorverpakt levensmiddel. De verordening regelt dat in artikel 44: wanneer levensmiddelen niet-voorverpakt aan de eindconsument worden aangeboden, op de plaats van verkoop op zijn verzoek worden verpakt, of voorverpakt zijn met het oog op onmiddellijke verkoop, is de allergenenvermelding (art. 9, lid 1, c) verplicht, terwijl de andere vermeldingen uit de artikelen 9 en 10 — de volledige ingrediëntenlijst, de voedingswaardevermelding, de nettohoeveelheid — dat niet zijn, tenzij de lidstaat ze oplegt.

Artikel 44, lid 2 voegt eraan toe dat de lidstaten via nationale maatregelen kunnen bepalen op welke wijze die vermeldingen beschikbaar worden gesteld en, in voorkomend geval, hoe ze worden uitgedrukt en gepresenteerd. Daar komt alle variatie tussen landen vandaan: de inhoud is Europees, de vorm is nationaal. De verordening voorziet zelf één uitzondering (art. 21, lid 1): de vermelding is niet vereist voor een stof wanneer de naam van het gerecht er al duidelijk naar verwijst. In België geldt daarbij bovendien dat die naam schriftelijk moet zijn gegeven (art. 3, § 3). Hoe dan ook ontslaat ze je enkel van die ene stof, niet van de andere allergenen in het gerecht.

Schriftelijk of mondeling? Wat elk land toelaat

In België stelt het koninklijk besluit van 17 juli 2014 het geschrift als regel: de vermelding wordt duidelijk leesbaar aangebracht op een fysieke of elektronische drager, op de plaats waar het levensmiddel te koop wordt aangeboden, en is vrij en gemakkelijk toegankelijk vóór de aankoop plaatsvindt (art. 3, § 1). Mondeling is enkel een afwijking, en ze is voorwaardelijk (art. 4): de informatie moet zonder uitstel worden gegeven op verzoek van de gast, op de plaats waar het levensmiddel te koop wordt aangeboden en vóór de aankoop plaatsvindt; er moet een interne procedure zijn uitgewerkt en geïmplementeerd binnen het autocontrolesysteem; die procedure moet schriftelijk zijn aangebracht op een fysieke of elektronische drager en gemakkelijk toegankelijk zijn voor het betrokken personeel én voor de controlerende autoriteit; het betrokken personeel moet opgeleid zijn over de risico's van voedselallergieën en intoleranties en over die procedure; en er mogen geen bijkomende kosten worden aangerekend aan de gast die de informatie opvraagt.

Hetzelfde besluit legt twee vermeldingen op, duidelijk zichtbaar aangebracht waar niet-voorverpakte levensmiddelen worden aangeboden, makkelijk zichtbaar en duidelijk leesbaar (art. 5, § 1): één die aangeeft waar, of via welke voorziening, de vermelding beschikbaar is — of die de gast vraagt zich tot het personeel te wenden; en één die waarschuwt dat de samenstelling van de producten kan veranderen. Verkoop je op meerdere aparte plaatsen binnen dezelfde inrichting, dan komen die vermeldingen op elk van die plaatsen; bij verkoop op afstand staan ze op het materiaal ter ondersteuning van die verkoop. Ze zijn niet vereist wanneer de vermelding zelf op een duidelijk zichtbare plaats is aangebracht en gemakkelijk te raadplegen is vóór de aankoop, en evenmin wanneer de uitbater vooraf de voedingsbehoeften van zijn gasten opvraagt en hen geïndividualiseerd kan bedienen (art. 5, § 3).

In Nederland volgt de Warenwetregeling allergeneninformatie niet-voorverpakte levensmiddelen van 7 augustus 2014 een vergelijkbare logica. Op de plaats van verkoop moet duidelijk zichtbaar vermeld worden waar de allergeneninformatie beschikbaar is; zijn er meerdere verkooppunten in hetzelfde pand, dan op elk daarvan; en die informatie wordt ter plaatse schriftelijk of elektronisch beschikbaar gesteld, vrij toegankelijk, begrijpelijk en duidelijk leesbaar (art. 2). Mondeling mag bij afwijking (art. 3) als de eigenaar of een werknemer de informatie te allen tijde onverwijld en op een juiste manier kan meedelen vóór de aankoop plaatsvindt; als ze te allen tijde schriftelijk of elektronisch beschikbaar is voor het personeel en voor de NVWA; en als op de plaats van verkoop een duidelijk zichtbare vermelding de consument vraagt zich tot het personeel te wenden.

Frankrijk is op dit punt strenger. Decreet nr. 2015-447 van 17 april 2015, dat artikel R. 112-13 van de code de la consommation invoerde — hercodificeerd als artikel R. 412-14 door decreet nr. 2016-884 van 29 juni 2016 —, bepaalt dat op plaatsen waar maaltijden ter plaatse worden aangeboden, schriftelijk ter kennis van de consument wordt gebracht, leesbaar en zichtbaar vanuit de voor het publiek toegankelijke ruimtes, ofwel de allergeneninformatie zelf, ofwel de wijze waarop ze te zijner beschikking wordt gehouden — en in dat tweede geval moet de consument rechtstreeks en vrij toegang kunnen krijgen tot die informatie, beschikbaar in schriftelijke vorm. Met andere woorden: geen zuiver mondelinge optie.

Wie de verplichting draagt: de uitbater, niet de kelner

De verordening wijst met naam een verantwoordelijke aan: de exploitant van het levensmiddelenbedrijf onder wiens naam of handelsnaam het levensmiddel in de handel wordt gebracht (art. 8, lid 1). Hij moet de aanwezigheid en de juistheid van de informatie waarborgen (art. 8, lid 2) en, binnen de bedrijven onder zijn controle, toezien op de naleving van de regels die op zijn activiteiten van toepassing zijn en nagaan of ze worden nageleefd (art. 8, lid 5). Een gast die verkeerd wordt ingelicht door een kelner is dus geen probleem van die kelner: het is een tekortkoming van de zaak.

De nationale teksten vertalen dat in controleerbare verplichtingen. In België moet, als je mondeling antwoordt, de procedure schriftelijk bestaan en toegankelijk zijn voor het personeel én voor de controle, en moet het betrokken personeel opgeleid zijn (art. 4, punten 3 en 4). In Nederland moet de informatie permanent schriftelijk of elektronisch beschikbaar zijn voor het personeel en voor de NVWA (art. 3, b). In beide gevallen is een mondeling antwoord pas in orde als er iets geschrevens achter zit.

Wat dat betekent voor een QR-menu

Ten eerste hangt de vermelding vast aan het gerecht, niet aan de voettekst. Het Belgische besluit vraagt een duidelijke verwijzing naar de naam van de stof uit bijlage II (art. 3, § 2); een algemene noot in de trant van 'onze gerechten kunnen allergenen bevatten' zegt niet welk gerecht wat bevat, en informeert dus niemand. Ten tweede is de digitale drager uitdrukkelijk voorzien: België spreekt van een fysieke of elektronische drager (art. 3, § 1), Nederland van schriftelijk of elektronisch beschikbaar stellen (art. 2, lid 3). Een menu dat via een QR-code te raadplegen is, valt onder die categorie drager — op voorwaarde dat het vrij en gemakkelijk toegankelijk is vóór het bestellen, precies het criterium uit de tekst.

Ten derde is juistheid een doorlopende verplichting, geen toestand die je één keer bereikt. Artikel 8, lid 2 verplicht de juistheid van de informatie te waarborgen, en het Belgische besluit laat de gast net waarschuwen dat de samenstelling van de producten kan veranderen (art. 5, § 1, 2)). Op een papieren kaart vraagt elke receptwijziging een herdruk, en intussen klopt de kaart niet. Met een digitaal menu vink je de allergenen per gerecht aan en staat de correctie dezelfde dag online — dat is het enige verschil tussen beide dragers dat echt telt.

Tot slot een punt dat je met je autoriteit uitklaart en niet met een blogartikel: in België vervallen de vermeldingen van artikel 5 wanneer de vermelding op een duidelijk zichtbare plaats is aangebracht zodat ze gemakkelijk te raadplegen is voor de aankoop plaatsvindt (art. 5, § 3, 1)). Een kaart die de allergenen gerecht per gerecht draagt en die de gast vóór het bestellen krijgt, past in dat geval; wanneer de vermelding enkel bereikbaar is door een code te scannen, blijft het bordje van artikel 5 de voorzichtige keuze. Het FAVV is het aanspreekpunt om je opzet te valideren.

Bronnen

  • Verordening (EU) nr. 1169/2011 van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten — art. 8, 9, 21, 44 en bijlage II, in de geconsolideerde versie (EUR-Lex, CELEX 02011R1169-20180101). Bijlage II, punt 1, is daarin die van gedelegeerde verordening (EU) nr. 78/2014.
  • België — Koninklijk besluit van 17 juli 2014 tot vaststelling van de bepalingen inzake de mededeling van bepaalde stoffen en producten die allergieën of intoleranties veroorzaken voor niet-voorverpakte levensmiddelen (Belgisch Staatsblad van 12 augustus 2014, van kracht op 13 december 2014).
  • Frankrijk — Decreet nr. 2015-447 van 17 april 2015 betreffende de consumenteninformatie over allergenen en niet-voorverpakte levensmiddelen (JORF van 19 april 2015), art. R. 112-13 van de code de la consommation, vandaag art. R. 412-14.
  • Nederland — Warenwetregeling allergeneninformatie niet-voorverpakte levensmiddelen van 7 augustus 2014, art. 2 en 3 (in werking op 13 december 2014).

Deze pagina vat het Europese kader samen; de nationale uitvoering verschilt. Bevestig je werkwijze bij je nationale autoriteit — in België het FAVV — voor je ze vastlegt. Deze tekst is geen juridisch advies.